MOHAMMED, een verlaat kerstverhaal, deel 5

We wachtten.

Buiten werd het donker én gevaarlijk. Jongens in trainingspakken, – als paddestoelen schoten ze uit de grond – , cirkelden rondom onze auto. Steeds weer vroeg mijn vader of we de vergrendeling van de deuren wel ingedrukt hadden. Stokbroodkruimels, onderweg hadden we hotdogs met loeischerpe mosterd gegeten, prikten in mijn benen.

Natuurlijk had ik medelijden met hem. Ik hoefde me maar in zijn positie te verplaatsen om zijn ellende te voelen; in de steek gelaten worden door je ouders. Toch wist ik dat ik júist nu Mohammed in de smiezen moest houden. Hij zou alles doen om te overleven, net als die jongens buiten die het op onze bagage, misschien zelfs op ons leven gemunt hadden. Hier ging het over op tijd je mes trekken, over nooit je verdediging laten zakken. Mijn pleegbroer was een roofdier en ik, als Zeeuws geen-cent-teveel-hoor meisje, zou het altijd afleggen. Alleen de familieband, het bloed, was in mijn voordeel. Ik moest hem buiten onze stam zien te houden.

Onschuldig lag de wolfwelp tegen mijn moeder's borst te slapen. Even kwam het in me op dat het doorgestoken kaart was, een één-tweetje met zijn ouders. Voor een kort moment overwoog ik dit met Carla te bespreken maar die siste zodra ik me naar haar toeboog: “Je bent over de denkbeeldige lijn, en je stinkt. ROT OP!” Ik wende me van haar af, maakte een kommetje van mijn handen en probeerde mijn adem te ruiken. Ik stonk, de hele auto stonk, we stonken allemaal. Vooral mijn vader die, naarmate het wachten duurde, steeds erger begon te zweten.

Toen mijn moeder dacht dat wij sliepen zei ze, “ik laat hem NOOIT alleen!” – Ze nam een voorschot op mijn vader die daar ongetwijfeld anders over dacht. “Ik laat me door niemand piepelen, niet door die Arabieren en al helemaal niet door jou,” hapte mijn vader. “Ons met de brokken laten zitten!” Waarop mijn moeder terugbeet, en zei dat hij het over een kind en verdomme niet over een bouwwerk had.

Ik realiseerde me dat mijn ouders met dezelfde problemen als ik kampten. Achter die gouden tanden, zwarte snorren, gezichtsluiers en gebrekkige taal, konden ze niet zien of ze die lui wel konden vertrouwen. Een gebeurtenis als deze was genoeg om aan alles te twijfelen. Ze voelden zich verraden, net al ik die keer toen we Mohammed voor het eerst ophaalden, toen ik ALLES met hem wilde delen en hij geen sjoege gaf.

De nacht strekte zich uit over de pauperwijk en slokte ons met auto en al op. De lantarenpalen die er waren brandden niet of knipperden. Wel lichtten er overal lichtpuntjes van sigaretten op. “We hebben lang genoeg gewacht”, zuchtte mijn vader, en hij startte de auto. Ik keek naar een slaperige Mohammed; schuld, angst en medelijden vochten om voorrang in mijn keel. Mijn moeder woelde door zijn lieve Julien-Clerc-haren en zei dat ze hem nooit in de steek zou laten. “Van alle mensen in deze auto hou ik het meeste van jou Mohammed!”, tjilpte Carla terwijl ze mij een stoot tussen mijn ribben gaf. Mijn keel deed pijn, ik slikte. “Mag de radio aan?” vroeg Carla, en ze duwde zich tussen de twee stoelen naar voren. De auto trok op en we reden de straat uit

(Over 1,2,3 weken volgt het 6e en laatste deel van Mohammed.)

Naast levens- en loopbaancoaching voor creatievelingen kun je bij Roca ook begeleid worden bij creatieve projecten. Hierbij kun je denken aan het schrijven van verhalen, romans, toneelstukken maar ook aan andere artistieke projecten. Als coach ben ik gespecialiseerd in het oplossen van (creatieve) blokkades. Nieuwsgierig? Bel: 06-16852729 of mail voor een gratis kennismakingsgesprek naar Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken. 

 

Met Roca ben je niet alleen!