DE LEUGEN

Letzten Endes kommt es nur auf den Wahrheitsgehalt der Lüge an (uiteindelijk komt het op het waarheidsgehalte van de leugen aan). Thomas Bernhard

In een van mijn laatste posts op social media, een kort verhaaltje met de titel Scully en het licht, vertelde ik dat er een toneelstuk van mij was afgewezen. Toen ik in plaats van complimenten vooral steun emoticons kreeg (een smiley omklemt een hartje), begreep ik dat mijn verhaal door mijn lezers (te) letterlijk was genomen.

Ik schrok; in het echt was er namelijk helemaal geen toneelstuk dat was afgewezen. Ik had gewoon iets verzonnen en opgeschreven dat kon staan voor wat er die week met me gebeurd was; iets waar ik mijn best voor had gedaan was ernstig bekritiseerd, dat was wel echt. Net zo echt en klote als de nachtmerrie die daarop volgde.

Die avond werd ik gebeld door een collega; of ik misschien onder het genot van een drankje, mijn afwijzing met hem wilde bespreken. Ik loog dat ik geen tijd had en besefte dat de leugen diep in mij geworteld zat.

Op mijn telefoon checkte ik mijn mailbox en zag tot mijn schaamte dat ook deze vol zat met solidariteitsberichten (het kwam er zo’n beetje op neer dat, aan het einde van de tunnel, er ook voor mij licht was).

Mijn man, die zag dat ik me niet lekker voelde, vroeg of hij thee voor me moest zetten. Over hem had ik in mijn verhalen nog het meeste gelogen; dat hij sandalen en korte broeken droeg, dat hij een padvinder was die altijd snauwde). Uit schuldgevoel zei ik nee ik-heb-geen-trek. Pats! Weer één. En toen mijn dochter vroeg of ik haar naar bed WILDE brengen en ik GRAAG zei… Je snapt het, ik loog de hele dag.

Ik ging op de bank liggen om tot mezelf te komen en dacht aan alle Facebook berichten ter nagedachtenis aan overleden vaders, moeders, opa's en oma’s van kennissen en vrienden van mij, en hoe dat mij gefascineerd had. Was dat, dat hele persoonlijke, letterlijke dan de bedoeling? Was het gek dat, toen mijn zoon geslaagd was en mijn moeder tachtig werd, ik dit niet als droog feit op facebook wilde zetten? 

De deurbel ging en ik deed open. In de regen stond mijn Duitse buurvrouw Herta met een fruitmand: die zul je wel nodig hebben, zei ze en ze ging. 'Die Schriftsteller sind Übertreibungsspezialisten!' riep ik haar na, in de hoop dat ze me gerust zou stellen en zou zeggen dat, liegen om de waarheid aan te raken, nou juist de bedoeling was.

Ik zette een stap naar buiten en liet de regen op me vallen. Even dacht ik dat er knuffelberen en waxinelichtjes in mijn tuin stonden. Ik vergiste me.

Ik dacht aan Ruud, een van de eerste bewoners van het Big Brother huis, die met zijn 'even knuffelen,' beroemd was geworden. Misschien was er toen voorgoed iets veranderd.

 

Notes:

-mijn buurvrouw is niet Duits, wel is haar naam Herta.

-mijn man draagt korte broeken maar géén sandalen.

-'Die Schriftsteller sind Übertreibungsspezialisten!' is een citaat van Thomas Bernhard.